De lantaarnopsteker

Logement ‘De Trompet’ gelegen aan de Hogesteenweg 10 met daarnaast de laatste gaslantaarn die Weert rijk was
GAW Beeldbank L-0172

Als het ‘s avonds donker wordt en de straatverlichting gaat automatisch aan, dan staan we er niet meer bij stil dat het vroeger anders was. Toen - en we praten dan over enkele eeuwen geleden - waren maan, fakkel of kaars de enige lichtbronnen. Na het invallen van de duisternis was het dus meestal aardedonker. Men bleef dan ook liever binnen. In de zestiende eeuw probeerde men door middel van lantaarns met kaarslicht buiten enige verlichting aan te brengen. Toen aan het einde van de zeventiende eeuw de eerste olielantaarn verschenen, betekende dat een hele verbetering en vanaf die tijd werden steeds meer straten van grote steden verlicht met olielantaarns.

Nachtwakers

Wanneer in Weert straatlantaarns voor het eerst gebruikt zijn, is niet precies bekend. Wel weten we dat er in de jaren twintig van de 19e eeuw tien nieuwe ‘reverberes’ werden opgericht, terwijl er al één stond in de omgeving van de gendarmerie. ‘Reverberes’ waren olielampen voorzien van een spiegel om de verlichting naar één kant te richten. In de periode van 1 oktober tot 15 maart moesten de ‘reverberes’ branden van een half uur na zonsondergang tot 01.00 uur in de nacht. De stadsoppassers of nachtwakers, waar over we al eerder schreven, brachten rapport uit bij de burgemeester over de verlichting, of die behoorlijk had gebrand en op tijd was aangestoken. De olielantaarns moesten stuk voor stuk met de hand worden aangestoken.
Wie daar in de beginjaren in Weert voor zorgde is niet bekend, mogelijk waren dat de stadsoppassers, de inwoners van Weert zelf. Of was er al een lantaarnopsteker? Die laatste zorgde voor het aansteken en het blussen van de lantaarns en voor het onderhoud.

Kneepkens

De oudste bekende naam van een lantaarnopsteker is Kneepkens. Hem kennen we omdat zijn naam vermeld wordt bij de benoeming van Jan Stultiens, die in 1849 het ambt van lantaarnopsteker overnam van Kneepkens. Jan Stultiens kreeg daarvoor een salaris van 25 gulden per jaar. Gezien dit lage salaris is het wel duidelijk dat het beroep van lantaarnopsteker een bijbaantje was, gelijk we dat ook bij andere functies bij de gemeente zagen. Jan Stultiens bijvoorbeeld was schoenmaker van beroep. Na het overlijden van Jan Stultiens in 1859 nam zijn zoon Hubertus het weer over van zijn vader. Al tijdens de ziekte van zijn vader had hij de uitoefening van het ambt waargenomen. Hubertus Stultiens begon voor een jaarsalaris van 30 gulden. Hij was verder tuinier van beroep. Omdat het werk van lantaarnopsteker steeds meer tijd in beslag nam, vroeg deze in 1867 een extra tegemoetkoming op zijn salaris, dat vanaf 1868 werd verhoogd tot 70 gulden per jaar. Er waren nieuwe lampen bijgekomen die ook meer onderhoud vereisten en daardoor had hij andere werkzaamheden moeten laten schieten, zo voerde Hubertus aan als onderbouwing van zijn verzoek. Jacobus Verspagen vroeg in 1902 met diezelfde argumenten een salarisverhoging. Jacobus vermeldde dat er bij zijn aantreden slechts 34 lantaarns waren en dat aantal was in 1902 dan gegroeid tot ruim 60. Verder hadden de nieuwe lampen ‘Belges’ ‘dubbele oppas en zorg’ nodig.

Gaslantaarns

De gasfabriek kort na de bouw in 1906. het complex lag langs de Zuid-Willemsvaart
GAW Beeldbank A-4815

Korte tijd later, in 1906, werd er een gasfabriek in Weert opgericht. De olielantaarns werden snel vervangen of omgebouwd zodat er een jaar later in 1907 al 108 gaslantaarns en nog maar 3 petroleumlantaarns waren. Van de gaslantaarns brandden er 49 alleen in de avonduren en 57 de gehele nacht. De meeste lantaarns waren voorzien van een automatische ontsteking. Daarmee was de functie van lantaarnopsteker passé en zorgde een gasfitter voor het onderhoud. Na de oprichting van het elektriciteitsbedrijf in 1920 zou het nog tot 1931 duren voor de eerste elektrische lantaarn kwam. Toen werd op verzoek van een particulier op de hoek van het Kromstraatje en de Paradijsstraat een muurarm met een elektrische lantaarn aangebracht voor fl. 30,02. Het aantal gaslantaarns was toen al toegenomen tot 158 stuks. Vanaf die tijd werden de gaslantaarns geleidelijk aan vervangen door elektrische verlichting en nieuwe lantaarns waren vanzelfsprekend direct elektrisch.
Gaslantaarns die vervangen werden door elektrische verlichting, kregen een ‘tweede’ leven en brachten voor het eerst licht in de duisternis in de buitenwijken en in de kerkdorpen. De opmars van de elektrische verlichting werd gestuit door de Tweede Wereldoorlog.

Verduistering

In 1980 werd wat er nog restte van de gasfabriek afgebroken
GAW Beeldbank A-81148

Tijdens de oorlogsjaren kreeg Weert te maken met het fenomeen verduistering en keerde de duisternis uit de middeleeuwen weer terug. Korte tijd na het begin van de oorlog werden er hier en daar weer wat richtlantaarns ontstoken. Na de bevrijding werd de elektrische verlichting weer geheel en de gasverlichting beperkt in gebruik genomen. Vanaf 1948 volgde de verdere elektrificatie van de straatverlichting. In 1952 werd Weert verlicht door 300 elektrische lantaarns en 170 gaslantaarns. In de binnenstad maakte in 1953 de laatste gaslantaarn plaats voor tl-verlichting.
Wie nu denkt dat de lantaarnopsteker echt definitief tot het verleden behoorde, heeft het toch mis, want in 1959 werd besloten de automatische ontsteking van de 21 nog aanwezige gaslantaarns buiten werking te stellen en de lantaarns afzonderlijk te doen ontsteken. Het zou maar van korte duur zijn, de laatste gaslantaarn binnen de gemeente werd op 17 maart 1961 vervangen door een elektrisch exemplaar. De romantische gaslantaarns met hun fraaie gietijzeren palen en enkele 19e -eeuwse olielantaarns werden later in ere hersteld, zij het in een omgebouwde versie.

Marlies Nieuwlaat - Janssen
Gemeentearchief Weert

Bron

Land van Weert katern Typisch Weert rubriek Toen en noow 27 mei 2009

Lees ook

17 september 2008 Kantonnier Kuuëtele Neer

15 oktober 2008 Opwindend werk bij de gemeente

12 november 2008 Nachtwakers ... lawaaimakers

7 januari 2009 'Bromsnorren' in Weert

2 februari 2009 Interieurverzorger was vroeger schoolpoetser

1 april 2009 Werk zonder aanzien: putjesschepper

29 april 2009 Heen en weer ... en heen en weer

Terug in de tijd

Ga naar het overzicht Toen en Noow 2009

Ga naar het overzicht Toen en Noow vanaf 2008