Ruzie bijgelegd

Akte van overeenkomst 19 december 1306
Gemeentearchief Weert
Aanwinsten Niet Gemeentelijke Archiefbescheiden
inv. nr. 10
 

Akte van overeenkomst 19 december 1306
Er moest in 1306 maar eens een eind komen aan dat gebekvecht. Al jaren ruzieden de heer van Horn en het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht over ieders rechten in Weert. Op 19 december van dat jaar deden twee ‘scheidsrechters’ in Maastricht uitspraak. Hun oordeel: beide partijen ontvingen voortaan de helft van de opbrengst van de tienden. En de heer van Horn (Gerard I) zou gaan over de rechtspraak in het gehele gebied van Weert. Daarmee werd hij definitief de heer van Weert. Vastgelegd werd alles in dit charter, het oudste stuk in het Gemeentearchief van Weert.

 


 

 

Tekst transcribtie en vertaling uit het latijn deel akte van overeenkomst
Verzoening tussen kapittel van St Servaas en Graaf Gerard van Horn over goederen rechten te Weert

Actum pronuntiatum et ordinatum ac amicabiliter compositum et dictum in ambitu ecclesie sancti Servatii predicte ante ymaginem beate Virginis ibi sitam anno, indictione, die, mense et hora predictis (nl anno Nativitatis Ejusdem Domini millesimo tricentesimo sexton, indictione quarta, decimal nona die mensis Decembris hora misse) in presentia venerabilium virorum dominorum Robini de Milleb decani, magistri Watleri cantoris, Henrici de Pytersheim scolastici, Loduwici theraurarii, Jacobi de Maguncia camerarii, Gerardi de Rennenberg eleemosinarii, Danielis de Hamele, Rycaldi de Rosut, Godefridi de Andernaco, magistri Johannis dicti Bayart de Gandavo presbytorum, Ottenis de Renneberg, Ryquini de Mastrode, Johannis de Auwiria, Phillippi de Altena, Gerlaci de Vrishem, Jacobi de Rupe. Gerardi de Schonowen, Baldewini de Aureabarba, magistri Wilhemi de Bonna, Mathie de Aquis, Gherwini de Gandavo, Guidonis, Symonis fratum de Castrovillano ac Hermanni de Bilsteyne canonicorum dicte ecclesie sancti Servatii qui tunc capitulum opsius ecclesie presentabant pro se suisque successoribus ac pro ipsa ecclesia sancti Servacii Trajectensis, ac venerabilis viri domini Waiteri de Brunshorne canonici Leodiensis et Godefridi de Wertha famuli, procuratorum nobilis viri domini Geardi domini de harne et de Altena, qui procuratores nomini procuratorio pro ipso domino Gerrdo, domino de Horne et suis heredibus ac successoribus dictas pronunciationem, declarationem et ordinationen arbitri sui amicabilem compositionem arbitri seu compromissi supradicti laudarunt, approbarunt , acceptarunt, ratificarunt et in perpetuum observare promiserunt … presentibus ibidem honorabilibus viris dominis Willelmo de Altera ripa viro nobili, Ogero de Haren advocato in Trajecto superior, Godefrido de Nidekem, Henrico de Lichtenberg, ejus fratre Lamberto dicto Grinyart et Theodorico de Eyenberg militibus, Brunone Supra donum scabino Trajectensi, Godefrido dicto Kenterken, Henrico dicto Murken, Alexandro, Willelmo dicto Mus, Johanne de Bride, Johanne dicto Rex, Gerardo filio Henrico quondam Mulen, Johanne de Forolignorum presbyteris capellanis, Gerardo de Rolingen, Johanne dicto Pontman, Johanne claustaruim Syberto de Buscoducis clericis choralibus ecclesie sancti Servatii predictem, Johanne filio nobilis viri domini Wilhelmi domni de Pytershem, Johanne fiio quondam domni Henrici dicti Happart de Wyc, Henrico ejus fratre, Walramo filio quondam domini Waltelini de Here, Henrico filio domini Lamberti Grinyart predicti militum, Marcario de Hoghem, Daniele Caseo, Gerardo dicto Roet, Joanne filio quondam Arnoldi Lupi, Florentio filio Egidii de Heppenart, Balduino filio Gosonis quondam de Hospitali, Gosuino de Mayo scabino in Here ac aliis quam pluribus testibus fidedignis ad premissa specialiter vocatis ac rogatis.  

Vertaling

Gedaan, afgekondigd, vastgesteld en vriendelijk geregeld en geformuleerd binnen de muren van de voornoemde kerk van St. Servaas vóór het beeld van de H. Maria aldaar, in het jaar, de indictie (tijdperk van 15 jaar), dag, maand en uur allen voornoemd (in het begin van het charter, n.l. in het jaar Onzes Heren 1306, de vierde indictie, de 19e december op het eind van de mis, in aanwezigheid van achtenswaardige mannen, de heren Robinus van Millen, deken, de cantor Walterus, de scholaster (verantwoordelijk voor het onderwijs) Henricus van Pytersheim (=Pietersheim bij Lanaken), de schatmeester Loduwicus, de kamerheer Jacobus van Maguncia (=Mainz), Gerardus van Rennenberg, die de aalmoezen uitreikt, de priesters Daniël van Hamele, Rycaldus van Rosut, Godefridus van Andernacum (= Andernach), meester Johannes, genaamd Baijart van Gandavum,  (en in aanwezigheid van) Otto van Rennenberg, Ryquinus van Mastrode, Johannes van Auwiria, Philippus van Alteia, Gerlacus van Vrishem, Jacobus van Rupe (= van de Rots), Gerardus van Schonowen (in voetnoot 6, pg.285 Schonouwen genoemd = Schoonhoven of Schönau), Baldewini de Aurea Barba (Boudewijn van/met de Goudbaard), meester Willelmus de Bonna (Willem van Bonn), Mathias de Aquis (Mathias van Aken), Gherwinus van Gandavum, de gebroeders Guido en Symon van Castrovillanum en Hermannus van Bilsteyne, kanunniken van genoemde kerk van St. Servaas die toen het kapittel van deze kerk vertegenwoordigden voor zichzelf en hun opvolgers en in het belang van deze kerk van St. Servaas van Maastricht, en de eerwaarde heer Walterus van Brunshorne, kanunnik van Luik en de ministeriaal (dienstman) Godefridus van Weert, procuratoren (zaakgelastigden) van de edelman heer Gerard van Horn en Altena, welke zaakgelastigden krachtens hun volmacht  ten behoeve van deze heer Gerard, heer van Horn, en zijn erfgenamen en opvolgers met de genoemde afkondiging, verklaring en vaststelling van hun scheidsrechter, de vriendelijke regeling van de scheidsrechter of van de bovengenoemde scheidsrechterlijke overeenkomst hun instemming betuigd hebben, deze goedgekeurd, geaccepteerd en beloofd deze voor eeuwig in acht te nemen……terwijl daar ook aanwezig waren eerzame mannen, de heren  Willelmus van de Altera ripa (Willem van de andere oever/ van de overzijde van de Maas, = Wijck ), een edelman, Ogerus van Haren, advocaat in Taiectum superius (=Hoog-Maastricht = St. Pieter), Godefridus van Nidekem (= Nideggen), Henricus van Lichtenborg(h) (= Lichtenberg), zijn broeder Lambertus, Grinyart genaamd en Theodoricus van Eynenberg, ridders, Bruno Supra Donum (Bruno Bovenhuis), schepen van Maastricht, Godefridus, genaamd Kenterken, Henricus, Murken genoemd, Alexander, Willelmus, genaamd Mus (Willem (de) Muis), Johannes van Bride (Bree), Johannes , genoemd Rex (= Koning), Gerardus, zoon van wijlen Henricus Mulen (Meulen), Johannes van het Forum Lignorum (= Johannes van de Houtmarkt), priesters met de functie van kapelaan, Gerardus van Rolingen, Johannes, Pontman (= Brugman) genaamd, Johannes de kloosterwacht (bewaker van de clausuur), Sybertus van Buscoducis (= Sybertus van s’-Hertogenbosch), klerken die de koorzang verzorgden van de voornoemde kerk van St. Servaas, Johannes, de zoon van de edelman , heer Willelmus (= Wilhelmus) heer van Pytershem (Pietersheijm), Johannes, zoon van wijlen heer Henrick, genaamd Happart de Wyc (= van Wijck), zijn broer Henrick, Walram , zoon van wijlen de heer Waltelinus van Here (= Heer), Henricus, de zoon van voornoemde heer Lambertus Grinyart, ridders, Marcarius van Hoghem (= Heugem), Daniel Caseus (= Kaas), Gerardus, genaamd Roet (= Rood), Joannes, zoon van wijlen Arnoldus Lupi (= Arnold Wolfs), Florentius, de zoon  van Egidius (= Gielis) van Heppenart (= Heppeneer), Balduinus (= Boudewijn), zoon van wijlen Giso van het hospitaal, Goswinus van Mayus (= Goswinus van Mei), schepen in Heer en meer ander geloofwaardige getuigen, hiertoe speciaal geroepen en gevraagd.

De zegels ( van links naar rechts)

1.
Zegel van Engelbertus van Horn, proost van Utrecht: in eene gothische nis de H. Martnius te paard met den bedelaar, boven zijn hoofd eene hand in zegenende houding; onder de nis het wapen van de familie van Horn, zijnde in een schild met uitgeschulp[ten rand, drie hoorns 2-1; randschrift … erti de Horne positi traiectensis; tegen zegel: het wapen der van Horn

2.
Zegel van Macarius kanunnik van Luik: de H. Petrus, houdende in derechterhand den slutel, in den linker een boek; randschrift: S. Magri Makarii custod. S. Petri leod.

3.
Zegel van Robinus de Millen± de H. Servatius in bisschoppelijk ornaat, aanziende en gezeten op een zetel, houdende in de rechterhand opgeheven den sleutel en met de linker den kromstaf, de nimbus om het hoofd:  daaronder het wapen van Robinus zijnde een keper vergezeld van drie sterren: randschrift S. Robini d’Myilne decani S. Servatii traiectens; tegenzegel: het hoofd van den H. Servatius met myter en nimbus: omschrift S. Robiti decani S. Servatii t’.

4.
Zegel van Wilhelmus de Juleymont: onder een gothische nis de Boodschap der H. Maagd, daaronder een priester naar rechts in biddende houding, de handen ten Hemel opgeheven; randschrift: S.W. de Julemot. Can. Sci Pauli Leodien.     

5.
Ruiterzegel van Gerardus van Horn in bruine was: een naar links rennend paard met dekkleed, waarop het wapen van Horn; op het paard gezeten een ruiter naar links in wapenrok, houdende in de rechterhand opgeheven het zwaard en met de linker een schild, waarop het wapen van Horn, zijnde drie hoorns 2-1; helmteken een vederbos, omschrift:
… Ge … ini de Horne et… : tegenzegel: twee afgewende zalmen, de koppen naar boven: omschrift: † S. Gerardi domini de Horne..

6.
Groot zegel van het kapittel van St. Servaas: De H. Servatius in bisschoppelijk ornaat aanziende den kromstaf en met de linker een geopend boek.

7.
Zegel van Ogerus de Haren gefaast van 10 stuks, waarop drie arenden naar rechts 2-1: randschrift S. og.. ren…
8.
Zegel van Godefridus de Nidekem: gevierendeeld: 1. Een ster, 2. en 3. vrijkwartier; 4. ledig: randschrift S. Godefridi militis.. ; tegenzegel: gevierendeeld: 1. vrijkwartier… omschrift S.. secret…

9.
Zegel van Theodoricus de Eynenberg: van vair met breede band, in den schildvoet een schild, waarop een getand kruis; randschrift; S. Teo… i militis de Eynenberghe

10.
Zegel van Henricus Lichtenborgh: gevierendeeld: 1. Een stappende leeuw; 2. en 3. ledig; 4. vrijkwartier

11.
Zegel van Lambertus Griniati: hertenschedel, waarop een lambel; randschrift:S. .. art scaci tiectens.

12.
Zegel van Bruno Supra Donum: een geluipaarde leeuw.

Bron:
Gemeentearchief Weert
Niet Gemeentelijke Archiefbescheiden, inv. nr. 10

Archiefbibliotheek
P. Doppler, Verzameling van charters en bescheiden betrekkelijk het Vrije Rijkskapittel van St. Servaas te Maastricht, bijeengebracht in regestvorm, in: Publications de la Société  Historique et archéologique dans de Limbourg 67(1931), Maastricht, 282-287.