Prehistorie en Oudheid

Urn
GMW 6821

In de prehistorie werd de dode op diverse manieren behandeld. Neanderthalers begroeven hun doden veelal in grotten, in een foetushouding, het gezicht gericht naar het oosten. Hiervan zijn in Nederland echter geen voorbeelden gevonden. Rond 3500 voor Christus komen de hunnebedden in zwang. Hierin werden de overledenen collectief bijgezet, gericht naar het oosten en omringd door bijgiften. Al deze rituelen wijzen op een of andere vorm van geloof in leven na de dood. Vanaf de bronstijd werden de overledenen in de open lucht gecremeerd op een brandstapel. Volledige verbranding vindt daarbij plaats van alle organisch materiaal.In Weert is op de Boshoverheide een grote begraafplaats teruggevonden uit de Late Brons en vroege ijzertijd (800-700 voor Christus). De crematieresten worden in een urn gedeponeerd en deze wordt in de grond begraven. Soms wordt nog ander aardewerk bijgevoegd. Rond de begraving wordt een greppel gegraven en de aarde die daaruit komt wordt op het midden gegooid, zodat daar een kleine grafheuvel ontstaat. Bij de graven worden offermaaltijden gehouden, waarvan het aardewerk ook is teruggevonden, bijvoorbeeld in een greppel. Op de Boshoverheide is op een deel de oorspronkelijke vorm van de grafheuvels weer gereconstrueerd en krijgt men een beeld van de oorspronkelijke aanzicht van zo’n grafveld. Langs dit stuk loopt een zogenaamde TRAP (=toeristisch-recreatieve archeologisch Project) route.

Romeinen

In de Romeinse tijd verandert het crematie ritueel in onze regio nauwelijks. Nieuw is, dat meestal slechts een deel van de crematie wordt opgeschept (35-40%) en in een grafkuil gedeponeerd. In Weert meestal los of gewikkeld in een doek. De doek vergaat en de crematie wordt dan in een blok, soms samen met een fibula (speld) die de doek bijeen hield  teruggevonden. Ook munten werden bij de crematie met de dode meegegeven, maar pas laat, in de 2e-3e eeuw. Dit wijst op de overname van de klassieke gedachte uit de Grieks- Romeinse wereld, dat de overledene een reis maakt naar de onderwereld en daarbij de veerman Charon tegenkomt. Deze moet hem over de rivier de Styx zetten. Om de veerman te kunnen betalen wordt een munt meegegeven.
Voor onderweg wordt de overledene ook voedsel en drank meegegeven en gebruiksvoorwerpen, bestaande uit keukenwaar (kookpotten etc.) en tafelwaar (kruiken, borden bekers). In Weert zijn de bijgaven beperkt tot een paar stuks aardewerk, in rijke graven in Zuid Limburg vinden we vaak een uitgebreid servies en vaak ook een aardewerk olielampje.

Oudheid
In de klassieke Oudheid bestaan crematie en begraving naast elkaar. Crematie overheerst echter. Joden begraven hun overledenen. Crematie is bij hen verboden en wordt als misdadig beschouwd. Zelfs gestorven criminelen worden begraven.
Het Joodse geloof kent de wederopstanding van het lichaam aan het einde der tijden. Om het lichaam goed te bewaren tot aan het eindoordeel,  is het nodig dit intact te begraven en voor eeuwig met rust te laten. De Joden hebben maar een vaag idee over hoe het leven er na de dood uit zal zien. Zo kennen zij geen beelden van een hel, zoals vele andere geloven dat wel kennen. Sterven en begraven is een familieaangelegenheid. Of als die er niet is van directe vrienden of kennissen. Zo komen twee leerlingen van Jezus het lichaam van het kruis halen en brengen een mengsel mee van mirre en aloë. “Zij namen het lichaam van Jezus en wikkelden het in linnen doeken samen met de reukwerken, zoals de Joden gewoon zijn bij het begraven.” En legden het vervolgens in een nieuw graf.
De Joodse rituelen, zoals de rituele wassingen door seksegenoten, de eenvoudige kleding die de overledene draagt, de eenvoudige kist (In Israël blijft de kist meestal achterwege) en de snelle begrafenis, zijn allemaal erg verwant aan de rituelen van de moslims. Van belang is bij beide geloofsrichtingen  dat alles zeer eenvoudig en uniform moet zijn, want in de dood is iedereen gelijk. Wel zien beiden het lijk als onrein, vandaar dat doden niet worden opgebaard en snel begraven moeten worden. Ook het belang van de tocht naar de begraafplaats en het ter plekke vullen van het graf door de aanwezigen is overeenkomstig. Veel van deze rituelen zijn waarschijnlijk ingegeven door praktische zaken vanwege de grote hitte in het midden Oosten.