Hostiedoos Camille Esser 1898



 

Vooraanzicht hostiedoos Camile Esser 1898

Filigrein hostie- of lunuladoos van Camille Esser uit 1898.
 

Geschiedenis

Kostbare religieuze edelsmeedstukken zijn vaker door familieleden geschonken aan individuele priesters ter gelegenheid van een priesterwijding, pastoorsbenoeming, jubileum of iets dergelijks. Dat zou ook gebeurd kunnen zijn met de jongste aanwinst van het Jacob van Hornemuseum, een filigrein hostie- of lunuladoos.
Maar omdat in de inscriptie onder op de bodem van de doos uitdrukkelijk staat dat de doos is geschonken aan de orde der minderbroeders, is het waarschijnlijker dat de doos is gebruikt in een door de franciscanen bediende parochiekerk. De oorspronkelijke herkomst bleek na onderzoek de Mozes en Aaronkerk aan het Waterlooplein in Amsterdam te zijn.

Aankoop door gemeente
In 1980, toen de franciscanen de parochie aan het bisdom overdroegen, is het nog in de kluis aanwezige kerkzilver verdeeld. Daarbij kwam deze doos, aangeduid als lunulladoos, toe aan de parochie. Wanneer de parochie de doos heeft verkocht en aan wie is onduidelijk. Uiteindelijk belandt het stuk in een particuliere zilvercollectie in Haarlem. Vanuit deze privécollectie is het stuk overgegaan naar kunsthandel Ruud van der Neut in Haarlem.
De gemeente Weert heeft in 2013 de hostiedoos voor het Gemeentemuseum Jacob van Horne aangekocht.

Het object past binnen de twee kerncollecties van het Gemeentemuseum: lokale geschiedenis en de minderbroeders in Nederland. Zoiets komt maar zelden voor. Het museum beheert een grote collectie voorwerpen en de ateliercollectie met ontwerpen, modellen en werktuigen van het Weerter edelsmidatelier Kunstwerkplaatsen Esser. Daar past de hostiedoos heel mooi bij.

Techniek
De doos is bijzonder door de gebruikte versieringstechniek: filigrein. Filigrein is een versieringstechniek waarbij met behulp van stukjes draad figuren worden gevormd. Deze draden zijn zowel geheel glad als in gedraaide en gegranuleerde vorm vervaardigd. Ze werden veelal door de edelsmid zelf getrokken. De draden worden in complexe bloempatronen gelegd en vervolgens zacht gesoldeerd. Filigrein kan zowel geheel opengewerkt als gelegd op plaatwerk ter versiering worden aangebracht. Vaak worden de draadfiguren gecombineerd met bolletjes en dopjes. Filigrein is uiterst kwetsbaar en uitzonderlijk lastig te restaureren.

In het atelier Kunstwerkplaatsen Esser in Weert, waar de hostiedoos is vervaardigd, komt de filigrein versieringstechniek wel vaker voor, maar niet zo vroeg en zo uitbundig en verfijnd. Met de invoering van de neoromaanse stijl in de kerkelijke edelsmeedkunst in Nederland, eind 19de en begin 20de eeuw, ontstond ook weer belangstelling voor deze typisch romaanse versieringsvorm van vooral religieus smeedwerk. In Duitsland is deze neoromaanse stijl al iets eerder in gebruik: vanaf 1880.
Het is bekend dat het atelier Esser zich voor de stijl van het religieus vaatwerk veelal liet inspireren door Duitse voorbeelden. Dat is begrijpelijk, want de grondlegger van het atelier kwam uit Duitsland en had daar ook zijn opleiding gekregen. Op diverse neoromaanse stukken uit het atelier van Camille Esser en vroeg werk van zijn zoon en opvolger Henri Esser (1914-1938) komt regelmatig prachtig gemaakt filigrein voor.
Voorbeelden uit de collectie zijn een grote ciborie uit 1892 van Camille Esser en een kelk uit 1915 van Henri Esser. Ook op ander neoromaans werk uit deze periode uit de collectie van Weert komt deze versiering voor. Het grote verschil met de hostiedoos is gelegen in de aard van het filigreinwerk. Het neoromaanse werk is wat grover en steviger.
Deze hostiedoos is bijzonder door de grote hoeveelheid, de fijnheid en hoge kwaliteit van het filigrein. Het is in zijn soort en zeker binnen het religieuze werk een absoluut unicum. Het lijkt er op dat voor deze doos met zilver filigrein op een glad gepolijste vergulde ondergrond, Camille Esser vooral geïnspireerd is door 18de eeuws Chinees filigreinwerk. De opengewerkte pootjes verwijzen naar voorbeelden uit Goa, Batavia en Rusland. Wellicht heeft Camille Esser vergelijkbare oosterse voorbeelden gezien en bestudeerd.

Materiaal gegevens:
Verguld, zilver, gedreven en zilverfiligraan, 14 bij 12,5 bij 8,5 cm.
Keuren: lopende leeuw (= 2e gehalte), Minervakop (= keurkamer), meesterteken CE (=Camille Esser, Weert 1892-1914), jaarletter o (=1898).

Graveringen onder de bodem


Gravering onderzijde hostiedoos

B. et A. donum dederunt Ordini F.F. Minorum (= B. en A. hebben dit gegeven aan de orde der minderbroeders franciscanen).GL (= ?) 20 L 5 ½ en (= oude gewichtsaanduiding: 20 lood, 5,5 engels)

 

 

 

 

Deksel


Deksel hostiedoos

Op het deksel een gedreven en gegraveerde voorstelling van het Lam Gods, liggend op een kruis op het boek met de zeven zegels.

Zie ook Camille Esser

 

 

 

 

Bron:
Heel, D. van, Knipping, B., Van Schuilkerk tot Zuilkerk, geschiedenis van de Mozes en Aaronkerk te Amsterdam, Amsterdam, 1941, p. 265.

Zilver, Het wonder uit het Oosten, Filigrein van de Tsaren, Zwolle/Amsterdam, 2006.